521 rugstreeppadden verhuizen van Antwerpse haven naar nieuwe leefomgeving in Ekeren

De voorbije weken zijn 521 rugstreeppadden en duizenden paddenlarven uit de Antwerpse haven overgebracht naar de Bospolder in Ekeren. De Europees beschermde paddensoort kreeg een nieuwe thuis omdat het terrein waar ze nu huisde, een braakliggend industrieterrein van Total Polymers Antwerp (TPA), in de toekomst zal gebruikt worden voor werken in het kader van de Oosterweelverbinding. 

Bioloog Koen Maes leidde namens Lantis, de bouwheer van de Oosterweelverbinding, de verhuis van de padden in goede banen: “De padden die we verzameld hebben, leiden ondertussen een nieuw leven in de Ekerse Bospolder. We kozen voor dit natuurgebied omdat de zandgrond er een ideaal leefgebied vormt voor de padden. De rugstreeppadden verkiezen een zachte ondergrond om zich in te graven en schuilplaatsen te maken.“

TPA staat grond af voor behoud Noordkasteel
Langs de terreinen van TPA start vanaf 2020 de bouw van de nieuwe Scheldetunnel en vanaf 2021 de aanleg van het Oosterweelknooppunt. Om het aangepaste ontwerp van het nieuwe knooppunt mogelijk te maken, zal gedeeltelijk gewerkt worden op de terreinen van TPA. Op dat perceel komen rugstreeppadden voor. Deze werden de voorbije weken verzameld en naar hun nieuwe thuis gebracht. Lantis startte onlangs met het verplaatsen van de technische installaties van TPA.

Paddenverhuis in samenwerking met Natuurpunt en Total
Koen Maes legt uit hoe de verhuis van de padden georganiseerd werd: “Tijdens het paarseizoen, dat van mei tot eind augustus duurt, zoeken de padden water op om er te paren en hun eitjes af te zetten. Daarom heeft het personeel van TPA op hun perceel twee ondiepe poelen gegraven. Eens de padden zich hier hadden verzameld, werden ze ingezameld en werden hun eiersnoeren en dikkopjes met een schepnet gevangen. Dit gebeurde door ervaren paddenvangers, met de nodige vergunningen van het Agentschap voor Natuur en Bos. Het personeel van TPA was intensief betrokken bij het inzamelen van de rugstreeppadden.”
Maes begeleidde tot slot ook het transport naar een meer geschikt leefgebied in de Bospolder in Ekeren, een natuurgebied in beheer van Natuurpunt. Eén van de poelen blijft op het terrein staan, zodat ook volgend jaar nog eventuele resterende padden verzameld en gered kunnen worden.

Rugstreeppadden zijn makkelijk te herkennen aan een gele streep over de volledige lengte van hun rug. De pad komt in grote delen van Europa voor, maar blijft een bedreigde en daarom beschermde diersoort.